Filosofische onderbouwing

Weldenkende kritische betrokken wereldburger die zijn leefomgeving kent

Via een thematische benadering van `Ontmoeten- en (Her)denken’ in de vorm van leerarrangementen willen we de leerlingen stimuleren tot dergelijk lokaal burgerschap. De leerlingen leren we om te gaan met verschillende denkbeelden en meningen in de samenleving via hun ontmoetingen met mensen maar ook leren omgaan met informatie in de media. Zo worden ze kritisch gemaakt om feiten van meningen te onderscheiden en `fake-informatie’ te onderkennen op bijvoorbeeld sociale media als facebook.

In het onderwijsprogramma houden we rekening met de kerndoelen en de behoefte van de scholen. We kozen niet voor de gangbare term van `leersituaties’ maar `leerarrangementen’ omdat de vragen van de leerlingen zoveel mogelijk het uitgangspunt zijn.  En omdat steeds gestart werd vanuit de leefwereld van de leerlingen noemen we het heemkundige leerarrangementen waarin menselijke betrekkingen centraal staan. Het voeren van gevarieerde dialogen in het kader van zelfstandig denken en filosoferen is daarbij belangrijk. We beperken ons dus tot het samenleven van mensen als vorm van omgevingseducatie.

Dit scholenproject als lokale burgerschapsvorming is gericht op de vorming van de Amstelveense jeugd tot weldenkende kritische betrokken wereldburger die zijn leefomgeving kent. Daarmee baseren we ons op het gedachtegoed van de drie belangrijkste filosofen en pedagogen  Comenius, Hannah Arendt en de Indonesische pedagoog Dewantoro. Hun ideeën en daarnaast nog van anderen weerspiegelen zich in dit scholenproject omdat het de verschillende vakken en leergebieden burgerschapsvorming, ontmoeting- en  waardenonderwijs overstijgt. Ze zijn vooral toepassingsgericht  (betrokken zelfredzaamheid) en sluiten aan bij de leefwereld van de leerlingen. Ook wordt de Tweede Wereldoorlog als uitgangspunt genomen om de samenleving een toekomstperspectief te bieden tot Duurzaam Samenleven.

Comenius

Johan Amos Comenius (1592 – 1670) zag opvoeding als voorbereiding op de wederkomst van Christus. Het begrip Pansofie (Al-wijsheid) was voor hem  daarbij belangrijk waarnaar de mensheid moet streven . Daarbij bedoelt hij geen veelweterij of encyclopedische kennis. Pansofie is inzicht in de universele ordeningsbeginselen waarvan de gehele werkelijkheid volgens Comenius doortrokken is. Het gaat daarbij om fundamentele kennis omtrent, aard, oorsprong, doel en samenhang der dingen. De effectiviteit aan kennis blijkt niet zozeer uit een toename aan feitenkennis maar wel uit een groei aan wijsheid, die zich manifesteert in het handelen. Daarmee worden de grenzen tussen de verschillende kengebieden relatief. Hij pleit voor een natuurlijke methode in de pedagogiek, die aansluit zowel bij wat mensen met elkaar gemeen hebben als bij wat daarin een kosmische regelmaat is. Hij wil aan allen alles leren. In toenemende mate ontpopte hij zichzelf als voorstander van een bovenkerkelijk, ondogmatisch en spiritueel christendom. Als politiek denker zag hij alle mensen als burgers van één wereld. Comenius was niet alleen een denker maar ook een doener.

Hannah Arendt

De combinatie zelfstandig denken, het ontmoeten van mensen met verschillende achtergronden tegen de achtergrond van de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog vinden we vooral bij de filosofie van Hannah Arendt. Zij houdt een pleidooi voor Vita Activa, een actieve burger die zich richt op de menselijke pluraliteit, op de verscheidenheid van intermenselijke betrekkingen naar cultuur, etniciteit en religie. Daarbij streeft ze naar nataliteit dat ze nauw verbindt met vrijheid: het menselijk vermogen om steeds iets nieuws in zijn leven te beginnen en zo ruimte te geven aan de menselijke spontaniteit.

 

Dewantoro

Ki Hadjar Dewantoro (1889 –  1959) was een pedagoog uit het voormalig Nederlands-Indië.  Hij werd in 1912 lid van de Indische Partij die radikale ideeën voorstond (Indië los van Holland). Na het schrijven van een opruiend artikel “als ik eens een Nederlander was”, werd hij verbannen naar Nederland (1913-1917). In Nederland volgde hij in Den Haag een kweekschoolopleiding en kwam zo in kontakt met allerlei onderwijsvernieuwingsideeën, zoals van Montessori, Steiner, Fröbel en Dalton. Toen hij in Nederlands-Indië terugkeerde, kreeg hij het idee om een eigen soort onderwijs op te richten waarbij oosterse en westerse ondervisies met elkaar geïntegreerd zouden worden. Aldus richtte hij in 1922 de Taman Siswa-scholen (leerlingentuin) op in Yogyakarta. De tijd was er rijp voor, want vanaf 1920 was het koloniale beleid een meer konservatievere koers gaan varen waarbij de Ethisch Politiek steeds meer teruggedraaid werd. Zo ook in het onderwijsbeleid waar een verschuiving van een assimilatie- (westers onderwijs voor Indonesiërs) naar een adaptatiebeleid viel te konstateren. Het gevolg was dat het westers onderwijs minder toegankelijk werd voor Indonesiërs terwijl de belangstelling ervoor groeide. Daarom gingen steeds meer nationalistische verenigingen zoals Muhammadijah, Sarekat Islam en ook Taman Siswa, ertoe over om eigen scholen op westerse grondslag op te richten. Toch werd getracht ook elementen uit het autochtone onderwijs in bepaalde mate in het onderwijs ‘.op te nemen. Met name was dit bij Taman Siswa het geval omdat deze zich (net als de islamitische pesantrens) onafhankelijk van de overheid opstelde, geen subsidie wenste te ontvangen en daardoor niet officieel erkend werd, Daarom werden ze “wilde scholen” genoemd.
Taman Siswa-onderwijs vond dan ook in internaatsvorm plaats en was doordrenkt van een typisch Javaanse familiesfeer waar de oude kunsten een belangrijke plaats innamen. De onderwijzer fungeerde voor de leerling ook als ’n soort vader die zeer respectvol bejegend werd. Wat wij van Dewantoro kunnen leren is dat hij zich verzette tegen autoritaire koloniale verhoudingen en wil aansluiten in het onderwijs bij de belevings- en leefwereld van de leerlingen waarin cultuur en  betrokkenheid belangrijk is. De band tussen de leraar (goeroe) en leerling is daarbij belangrijk. Vandaar de naam van zijn school Taman Siswa: tuin van de leerling. De school als Transculturele Ontmoetingsruimte.

 

Andere inspirerende filosofen en pedagogen

Naast voornoemde filosofen / pedagogen zijn er nog andere filosofen en pedagogen voor ons belangrijk. Ook hun mondiale denkkaders en begrippen zijn terug te vinden in de heemkundige leerarrangementen en educatieve evenementen.

Deze inspiratoren hebben opvattingen over Duurzaam Samenleven in de multiculturele setting van de Kleurrijke Samenleving die ook aansluit bij de  huidige leefwereld van de leerlingen. We zullen  ingaan op het gedachtegoed van zeven andere inspirerende filosofen en pedagogen op wiens denkbeelden we onze heemkundige leerarrangementen baseren.

De inspirators aan de linkerzijde zijn meer gericht op sociale emancipatie en systeemkritiek (kolonialisme, nazisme, consumptief neo-liberale samenleving) en de inspirators aan de rechterzijde op vorming tot wereldburgerschap en dialogen  met andersdenkenden.

 

Denken (kinderfilosofie)

In het scholenproject spreken we van (Her)denken waarin zowel het woord `herdenken’ als `denken’ besloten ligt.

Denken is hier het zelfstandig oordelen over de beslissingen die iemand in zijn leven maakt zoals over dilemma’s in de Tweede Wereldoorlog. Daarin spelen `waarden’ een rol, waarden op basis iemand normen opstelt als gedragsrichtlijnen voor het dagelijkse bijvoorbeeld bij dilemma’s.

Dit vereist zelfstandig kritisch creatief denken om zich te ontwikkelen tot een mondig burger.

Daarom neemt Kinderfilosofie oftewel `Filosoferen voor kinderen en jongeren’ in het scholenproject weliswaar een belangrijke maar geen overheersende plaats in. Ofschoon Filosoferen met kinderen in Nederland op een lange traditie kan bogen dank zij pioniers Berrie Heesen en Pieter Mostert, blijken de scholen toch niet massaal warm te lopen voor kinderfilosofie.

Dat is ook onze ervaring.  Vanaf 2007 hebben we de praktijk en theorie van kinderfilosofie op Amsterdamse basisscholen bestudeerd. En daaruit bleek dat filosofen toch anders aankijken tegen kinderfilosofie dan pedagogen en leraren. Voor filosofen is kinderfilosofie vooral een doel op zich waarbij ze claimen dat dit het zelfstandige denken en de morele vorming stimuleert. Daarbij staat de methodiek voorop, namelijk een juiste methodiek van denken en redeneren. Voor pedagogen daarentegen is kinderfilosofie slechts een van de middelen van algemene persoonsvorming waaronder het zelfstandig denken. Zelfstandig denken is niet iets waar kinderfilosofie het alleenrecht op heeft. Het kan wel een nuttige aanvulling zijn op de velen werkvormen van denken die al in het onderwijs gehanteerd worden. In 2013 hebben wij samen met de Stichting Dialoog-in-Actie en de Europese verenging voor kinderfilosofie het jaarlijkse Sophia netwerkcongres georganiseerd. Daarmee sluiten we ons zesjarig onderzoek naar de theorie en praktijk van kinderfilosofie voorlopig af.

Het gaat erom een juiste balans te vinden tussen het tijdsintensieve kinderfilosofie en andere interactieve denkvormen die zorgen voor gevarieerde leersituaties.
We zullen daarom selectief kinderfilosofie inzetten in zowel de de lesbrieven van de heemkundige leerarrangementen als bij de doe-opdrachten in de leskisten. Naast filosofielessen in de klas zijn er ook in de leskisten filosofiekaartspelen opgenomen en kan er gewerkt worden met een filosofietafel. (zie hieronder)

filosofietafel